Kenniscentrum inzake antibioticagebruik en -resistentie bij dieren

Antibioticagebruik en resistentie

Antibioticagebruik en resistentie

Antibioticagebruik


Antibiotica zijn stoffen (natuurlijk of synthetisch) die de groei van een bacterie remmen of de bacterie doden. Ze hebben hiervoor diverse werkingsmechanismen of aangrijpingspunten, zoals te zien in de figuur.

Het eerste antibioticum, penicilline, is in 1928 door Alexander Fleming ontdekt. Enkele decennia later werd pas melding gemaakt van de toepassing op mensen. Antibiotica worden gebruikt ter behandeling van infectieziekten bij mens en dier.

Er zijn diverse manieren van gebruik:

  • Curatief: het gebruik van een antibioticum bij een dier dat een bacteriële ziekte vertoont.
  • Metafylactisch: het behandelen van groepsgenoten van een dier dat geïnfecteerd is met een bacteriële ziekte en waarbij deze groepsgenoten risico lopen om tevens geïnfecteerd te raken.
  • Profylactisch (= preventief): het toedienen van antibiotica vóórdat de dieren geïnfecteerd zijn of een risico hierop lopen, de gestructureerde, terugkerende behandeling van een groep dieren.

In de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunde (hoofdstuk 3) staat beschreven dat het aan de dierenarts voorbehouden is om een diagnose te stellen, de behandeling in te stellen en geneesmiddelen voor te schrijven. Hij/zij heeft hiervoor de nodige opleiding gekregen en bezit de kennis om dit op de meest optimale manier te doen.
Diverse werkingsmechanismen of aangrijpingspunten

Problematiek – One Health


Antibioticaresistentie is een natuurlijk fenomeen. Bacteriën die zich in de omgeving bevinden van organismen (bacteriën of schimmels) die antimicrobiële middelen of eenvoudig gezegd, antibiotica, produceren, kunnen enkel overleven indien ze een afweermechanisme hebben tegen deze stoffen. Deze bacteriën zijn dan resistent en kunnen ondanks de aanwezigheid van antibiotica verder leven en vermenigvuldigen.   
Het gebruik van antimicrobiële middelen geeft aanleiding tot de selectie en spreiding van resistente bacteriën tegen deze antibiotica. Door middel van co-selectie (co-resistentie of kruisresistentie) kunnen bacteriën ook ongevoelig worden aan andere (evt. verwante) antibiotica. Door de ontwikkeling en gebruik van antibiotica door de mens is er een versneld ontstaan, selectie en spreiding van resistentiemechanismen. De figuur hiernaast toont hoe snel na het in gebruik nemen van een nieuw antibioticum ook resistentie tegen dit antibioticum werd waargenomen.  

Algemeen wordt aangenomen dat elk gebruik van antibiotica voor resistentie selecteert.
De ontwikkeling van antibiotica en de daaropvolgende rapportering van resistentie tegen de respectievelijke antibioticaklasse. Bron: www.gov.uk.
Dier en mens leven in één ecosysteem. Dit betekent dat resistente bacteriën en de determinanten verantwoordelijk voor resistentie kunnen spreiden tussen de verschillende niches van het ecosysteem. Door direct en indirect contact (voedsel, water, leefomgeving) tussen mens en dier kunnen bacteriën dus van dier naar mens overgaan en omgekeerd. Dit geldt voor commensale bacteriën, die door hun veralgemeend voorkomen vaak beschouwd worden als resistentiereservoirs, maar ook voor pathogene en zoönotische bacteriën. 
Het gebruik van antibiotica bij dier of mens veroorzaakt dus in de eerste plaats een selectiedruk op resistente bacteriën aanwezig bij dier of mens. Maar door transmissie kan resistentie overgedragen worden tussen dier en mens.

Duurzaam gebruik van antibiotica


Oplossingen om de resistentie ontwikkeling tegen te gaan of zelfs resistentie uit te bannen zijn niet eenvoudig te noemen. Aangezien gebruik van antibiotica als primaire oorzaak van de ontwikkeling, selectie en spreiding van resistentie wordt aangeduid, wordt een reductie van het gebruik van antibiotica als noodzakelijk beschouwd. 

Een forse reductie in antibioticagebruik in de veeteelt in Nederland heeft reeds geresulteerd in een daling in het voorkomen van antibioticaresistentie (MARAN, 2016). Ook in België wordt een significante daling in het voorkomen van antibioticaresistentie gezien bij indicatorbacterie Escherichia coli van voedselproducerende dieren.

Reductie van het antibioticumgebruik houdt in dat groepsbehandelingen de uitzondering moet zijn en dat in belangrijke mate ingespeeld moet worden op het voorkómen van ziekte door middel van bioveiligheid, vaccinatie, etc (‘Bedrijfsgezondheid en vaccinatiestrategieën’). Reductie van antibioticagebruik kan verder door antibiotica verantwoord te gebruiken. AMCRA heeft het formularium opgesteld als hulpmiddel en ondersteuning van de dierenarts-practicus bij het rationeel en selectief voorschrijven, verschaffen en toedienen van antibacteriële middelen bij dieren

Antibiotica worden alleen ingezet als daarvoor noodzaak is na diagnosestelling door een dierenarts en deze diagnose bij voorkeur bevestigd is met behulp van aanvullend onderzoek (bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidsbepaling), dat voorzichtig omgesprongen wordt met breedspectrum antibiotica en dat erg potente middelen alleen als laatste redmiddel ingezet worden. Diagnostiek om het oorzakelijk pathogeen agens aan te tonen, aangevuld met een gevoeligheidstestom de werkzaamheid van antibiotica tegenover de geïsoleerde pathogeen in het veld na te gaan, is bij wet verplicht voor het gebruik van de kritisch belangrijke antibiotica (3de/4de generatie cephalosporines en fluoroquinolones) bij voedselproducerende dieren (behalve paard en behandeling van mastitis).

België


1999

Oprichting van de Belgische Commissie voor de Coördinatie van het Antibioticabeleid

2007-2009

Start rapportering antibioticaresistentie bij pathogenen geïsoleerd bij klinisch zieke dieren in Vlaanderen en Wallonië

2010

Eerste BelVet-SAC rapport over de nationale verkoopscijfers van antibiotica bij dieren van 2007 tot 2010

2011

Start van de nationale monitoring van antibioticaresistentie bij indicator en zoönotische organismen bij voedselproducerende dieren in België

2012

Oprichting van de vzw AMCRA door de leden-sectoren van de farmaceutisch industrie, de academische wereld, de mengvoederindustrie en de landbouw- en dierenartsenorganisaties. Het FAVV, het fagg en BAPCOC maken deel uit van de stuurgroep van AMCRA

2013

Ontwikkeling van het formularium voor voedselproducerende dieren. Het gebruik van antibiotica bij dieren wordt aan voorwaarden gekoppeld door de toekenning van de AMCRA kleurcodes geel, oranje en rood aan de actieve substanties. Per indicatie wordt een indeling gemaakt in eerste, tweede en derde keuzemiddelen die als leidraad voor de dierenarts kan gebruikt worden.

2014

  • Ontwikkeling van het formularium  voor hond, kat en paard. De toepassing van de voorwaarden verbonden aan de AMCRA kleurcodes wordt ook geadviseerd bij antibioticagebruik bij hond, kat en paard. Per indicatie wordt een indeling gemaakt in eerste, tweede en derde keuzemiddelen die als leidraad voor de dierenarts kan gebruikt worden.
  • Ontwikkeling en opstart van AB Register  door Belpork vzw voor de collectie van antibioticagebruiksdata op het niveau van de individuele varkenshouderij voor veehouderijen aangesloten bij het Certus-kwaliteitssysteem.
  • Stichting van de wetenschappelijke eenheid van AMCRA voor de analyse van de data en de kwantificatie van het antibioticagebruik op het niveau van de varkenshouderij in opdracht van Belpork vzw.

2016

2017

  • Verplichte datacollectie via het nationale datacollectiesysteem Sanitel-MED voor de collectie van antibioticagebruiksdata bij varkens, leghennen, vleeskippen en vleeskalveren op het niveau van de individuele veehouderij vanaf 27 februari 2017.
  • Start datacollectie door BVK voor de vleeskalversector.

Gebruiks- en resistentiedata in België


Sinds 2007 wordt de verkoop van diergeneeskundige antibiotica in België, gerapporteerd in de BelVet-SACrapporten. De hoeveelheid, het totaal voor België voor alle diersoorten, wordt uitgedrukt in mg actieve substantie per kg biomassa. 
Het zijn deze gegevens die gebruikt worden in de opvolging van de doelstellingen over het gebruik van antibiotica bij dieren in België, beschreven in Visie 2020.

Ook het voorkomen van antibioticaresistentie bij bacteriën, afkomstig van voedselproducerende dieren, wordt structureel opgevolgd. Zo wordt sinds 2011 een nationale monitoring uitgevoerd, in opdracht van het FAVV, bij levende dieren (CODA-CERVA) en op vleeswaren en karkassen (WIV-ISP) om de gevoeligheid van indicator- en zoönotische kiemen geïsoleerd bij verschillende diersoorten en afgeleiden te achterhalen.
Resistentie bij bacteriën van klinisch zieke dieren wordt gemeten door de gezondheidscentra DGZ en ARSIA, die jaarlijks de resultaten hiervan neerschrijft in hun rapporten.

Bij levende gezonde dieren in het slachthuis

Bij zieke dieren

Karkassen en vleeswaren

Europa


DG SANTE heeft een nieuw Europees actieplan tegen antibioticaresistentie ontwikkeld: 'A European One Health Action Plan against Antimicrobial Resistance (AMR).'

Dit plan is tot stand gekomen door de nood de strijd tegen antibioticaresistentie aan te gaan in alle EU-lidstaten. Extra acties en ondersteuning vanuit de EU moeten leiden en bijdragen tot het bereiken van een gezamenlijke strijd in alle lidstaten. Het doel van deze strijd is om de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe resistentiemechanismen tegen te houden. Bacteriële infecties bij mens en dier moeten blijven behandeld kunnen worden. Het actieplan moet fungeren als leidraad om een verdergezettte, samenhangende en meer uitgebreide actie te verzekeren in de strijd tegen antibioticaresistentie. 
   
  
De 'European Medicines Agency' (EMA) publiceert jaarlijks de verkoopscijfers van antimicrobiële middelen in de diergeneeskunde voor landen die lid zijn van de Europese Unie. EMA spoort hierdoor trends op in en tussen landen in het kwalitatief en het kwantitatief veterinair antibioticagebruik.    
De 'European Food Safety Authority' (EFSA) en de 'European Centre for Disease Prevention and Control' (ECDC) rapporteren sinds 2010 het voorkomen van antibioticaresistentie in de Europese Unie bij zoönotische en indicatorbacteriën bij mens, dieren en voedsel afkomstig van dieren.

Internationaal


De Office International des Epizooties (OIE) rapporteerde in 2016 een rapport over het gebruik van antimicrobiële middelen bij dieren tussen 2010 en 2015 wereldwijd. Het is het eerste rapport dat antibioticagebruiksgegevens op dergelijke grote schaal rapporteert. 
Honderddertig landen over de hele wereld rapporteerden hun antibioticagebruik bij dieren. Door het grote aantal landen die heeft deelgenomen, is er ook een grote variatie in de mate van details die in het rapport worden weergegeven, afhankelijk van de gegevens die beschikbaar zijn binnen één land.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lanceerde in 2015 een nieuw Actieplan om antibioticaresistentie mondiaal te bestrijden. Het plan beschrijft 5 hoofddoelstellingen, waaronder ook het verantwoord gebruik van antibiotica in de diergeneeskunde.
Verder wordt gestreefd naar een verhoogd bewustzijn over het belang van antibiotica, een betere kennis van de problematiek door monitoring van het voorkomen van resistentie en meer onderzoek, het verlagen van de ziekte-incidentie door betere sanitaire en hygiëne maatregelen en door aan infectiepreventie te doen. De WHO streeft ook naar investering in nieuwe medicijnen, vaccins en diagnostische middelen.

Door de WHO werden criteria ontwikkeld om antibiotica te kunnen indelen volgens hun belang voor de volksgezondheid. Dit om het voorzichtig gebruik van antibiotica te verzekeren in de dier- en humane geneeskunde

Ook de Office International des Epizooties (OIE), de wereldorganisatie voor diergezondheid, maakte een indeling van alle veterinaire antibiotica om de doeltreffendheid en de beschikbaarheid ervan te verzekeren waar geen of weinig antibacteriële alternatieven beschikbaar zijn. De indeling moet dierenartsen ook begeleiden in hun therapiekeuze.
Amcra nederlands logo
Kenniscentrum inzake antibioticagebruik en resistentie bij dieren.

Recente adviezen

Plan van Aanpak
Gebruik van colistine bij dieren