Rundvee

  • by:
  • november 5, 2018
  • Category: Advies benchmarking

AMCRA publiceert Advies ‘Benchmarking en bewaking van antibioticagebruik bij dieren – Deel 1: Veehouders’


In het AMCRA 2020-plan en het Antibioticaconvenant tussen de overheid en betrokken sectoren werden verschillende actiepunten opgenomen teneinde de 2020-doelstellingen te kunnen behalen. Twee van deze actiepunten zijn: ‘Veehouders en dierenartsen gebenchmarkt’ en ‘Ieder bedrijf een plan’. Dit nieuwe Advies vloeit voort uit deze twee actiepunten en heeft als doel ‘het beschrijven van een methode - toepasbaar in de verschillende nutsdiersectoren - voor het benchmarken van antibioticagebruik bij veehouders (geregistreerd in Sanitel-Med of derde systemen), alsook het voorstellen van maatregelen voor opvolging en ondersteuning van verschillende categorieën gebruikers.’

Het Advies onderschrijft de BD100 als maat voor het benchmarken van het AB-gebruik van veehouders. Daarbij dient de bedrijfsspecifieke BD100 vergeleken te worden met twee BD100-grenswaarden (aandachts- en actiewaarde), dewelke drie gebruikerszones (veilige, signalerings- en de actiezone) en gebruikerstypes (laag-, aandachts- en grootgebruiker) definiëren. De BD100-grenswaarden worden bepaald per diercategorie op basis van de frequentieverdeling van de BD100-waarden in elke categorie. De werkgroep raadt aan de 50ste en 90ste percentielen van de frequentieverdelingen te gebruiken als aandachts- en actiewaarden. Via sectorspecifiek overleg dienen de evoluties in en de bepaling van de grenswaarden in elke sector opgevolgd te worden, zodat na verloop van tijd overgestapt kan worden naar meer statische grenswaarden, zonder daarbij evenwel de gezondheid en het welzijn van de dieren in gevaar te brengen. Naast het kwantitatieve benchmarken raadt de werkgroep aan het AB-gebruik van veehouders te beoordelen op basis van de gebruikte types antibiotica (AMCRA-kleurcodes en antibioticaklasse).

Zowel aandachts- als grootgebruikers dienen hun AB-gebruik rationeel te reduceren via autoregulatie. Het Advies voorziet in cumulatief opgebouwde maatregelen, gaande van het vrijwillig (aandachtsgebruikers) of verplicht (grootgebruikers) opstellen van een ‘plan van aanpak’ (PvA), naar het inschakelen van een externe adviserende partij, tot een finaal, krachtig signaal naar de veehouder. Essentieel is dat alle maatregelen genomen worden in goed overleg tussen veehouder en dierenarts.

Ter ondersteuning van het algemene bedrijfsmanagement en los van de mate van AB-gebruik stelt dit advies de algemene implicatie van het bedrijfsgezondheidsplan (BGP) voor. Voor de Werkgroep is het belangrijk dat slechts één dierenarts, de aangewezen bedrijfsdierenarts, samen met de veehouder de verantwoordelijkheid neemt in het uitwerken van een BGP, omwille van zijn wettelijk gedefinieerde rol betreffende epidemiologische bewaking en bedrijfsbegeleiding. Het PvA, indien nodig, kan bepaalde actiepunten overnemen uit het BGP maar focust zich uitsluitend op maatregelen die het AB-gebruik moeten reduceren.